FES project Brak is bijzonder

De polder Westzaan wordt begrensd door de plaatsen Zaandam, Koog aan de Zaan en Zaandijk in het oosten, Wormerveer in het noorden, de Nauernasche Vaart en de N246 in het westen en het Noordzeekanaal in het zuiden. Het zuidelijk deel van de polder, dus dat deel dat grenst aan het Noordzeekanaal, is in gebruik als bedrijventerrein.  Brakwater is zoutachtig water. De bedoeling van het project Brak is Bijzonder is dat in het noordelijk deel van de polder (het Guisveld en het Euverenweggebied), voor een belangrijk deel in eigendom van Staatsbosbeheer, het water brakker, dus zouter, wordt. Dit gebeurt door zout water van elders aan te voeren, waarbij het Noordzeekanaal de meest waarschijnlijke optie is. Verbrakking in de polder Westzaan betekent in feite gedeeltelijk locaal herstel van een brakke situatie zoals die voor de aanleg van de Afsluitdijk in grote delen van Noord-Holland bestond. In de decennia na die aanleg bleef het zoutgehalte in de polder Westzaan nog lang redelijk op peil, door “lekkende sluizen” in de verbinding met het Noordzeekanaal. Hierdoor konden typische brakwatervegetaties zich nog heel lang handhaven, zelfs gedeeltelijk tot in deze tijd. Door verbetering van de sluizen in de jaren zeventig van de vorige eeuw neemt het zoutgehalte in de polder steeds verder af.  Deze verzoeting van het water stimuleert de veenafbraak, waardoor de bodem (sneller) daalt en de waterkwaliteit verslechtert. Met het project Brak is Bijzonder worden dus de volgende doelen gediend:

  • Remming van de bodemdaling
  • Ontwikkeling van een robuust watersysteem
  • Verbetering van de waterkwaliteit
  • Instandhouding en ontwikkeling van een brakwaterecosysteem

Deze doelen passen op hun beurt in het doel om het cultuurlandschap in het nationaal landschap Laag Holland te behouden en te ontwikkelen. Een belangrijke randvoorwaarde van het project is dat de (agrarische) bedrijven in de polder geen nadeel van de verbrakking zullen mogen ondervinden. Plannen voor de verbrakking van delen van de polder Westzaan bestaan al sinds de jaren negentig van de twintigste eeuw. Een groot deel van de polder is onderdeel van de ecologische hoofdstructuur en is inmiddels Natura 2000-gebied, juist vanwege zijn unieke zoet-zoute eigenschappen. In het ontwerp aanwijzingsbesluit Natura 2000 van de minister van LNV wordt ervan uitgegaan dat er in het gebied actieve verbrakking gaat plaatsvinden. Alleen zo kan het brakke veensysteem zich herstellen en wordt het water weer helder.
In 2009 werd het project onderdeel van het programma Westelijke Veenweiden. In 2009 stelde het ministerie van LNV, in het kader van dit programma, een bedrag van € 4,5 miljoen beschikbaar. De provincie Noord-Holland, het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier en Rijkswaterstaat hadden al eerder besloten voor het project financiële middelen te reserveren.  De provincie Noord-Holland is trekker van het project. Gedeputeerde Bart Heller van deze provincie is voorzitter van de Stuurgroep Brak is Bijzonder waarin verder de volgende partijen zitting hebben: Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, Rijkswaterstaat, gemeente Zaanstad, LTO-Noord, Staatsbosbeheer en het ministerie van LNV.   Er bestaat nog geen uitvoeringsgereed plan voor de verbrakking. De Stuurgroep Brak is Bijzonder heeft op 1 maart 2010 vastgesteld, dat er onvoldoende financiële middelen beschikbaar zijn voor het zogeheten dijksloottracé. De Stuurgroep heeft daarom besloten dat op korte termijn moet worden onderzocht of er een goedkoper, en haalbaar, alternatief is.